Vanavond bespreekt de gemeenteraad van Medemblik de eerste stappen richting een autoluwe binnenstad en mogelijk betaald parkeren. Lokale partij Hart voor Medemblik spreekt zich voorafgaand aan de vergadering fel uit tegen deze plannen. Volgens de partij is de bereikbaarheid van de kernen in het geding en zitten inwoners niet te wachten op extra kosten of afsluitingen, maar op onderhoud en veiligheid.
De discussie over parkeerregulering en het weren van auto’s uit het centrum is actueler dan ooit. Hart voor Medemblik ziet echter niets in deze maatregelen. “Onze lijn is altijd helder geweest en blijft dat ook: geen betaald parkeren in de gemeente Medemblik en al helemaal geen autoluwe binnenstad,” aldus Tjeu Berlijn van Hart voor Medemblik. “Bereikbaarheid is voor onze inwoners geen luxe, maar noodzaak om naar werk, school of sportclub te komen. Dat moet je niet belemmeren.”
Onderhoud voorop
In plaats van het invoeren van drempels voor automobilisten, pleit de partij voor het oplossen van bestaande knelpunten. Uit gesprekken met inwoners blijkt dat de prioriteiten elders liggen: slecht onderhouden wegen en fietspaden, onduidelijke kruispunten en onveiligheid door hardrijders.
“Inwoners in dorpen als Andijk zien bushaltes verdwijnen en voelen zich in de avonduren afgesneden. Ondertussen denderen vrachtwagens door smalle woonstraten. Dát zijn de problemen die we moeten aanpakken,” stelt de partij. Hart voor Medemblik wil investeren in structureel onderhoud, veilige oversteekplaatsen – waaronder verlichte zebrapaden – en betere busverbindingen die ook ’s avonds rijden.
Gratis parkeren als norm
Voor Hart voor Medemblik blijft gratis en eenvoudig parkeren de norm, zowel in de dorpen als in stad Medemblik. Waar parkeerdruk is, moet volgens de partij niet naar de parkeermeter worden gegrepen, maar naar uitbreiding van het aantal plekken.
Tijdens de raadsvergadering vanavond zal de fractie dit standpunt verdedigen. “Wij kiezen voor een gemeente waarin je je vrij, vlot en veilig kunt verplaatsen. Of je nu met de auto, de fiets of de bus komt.”